Lesonderdelen

  • De zwemslagen worden gecontroleerd en waar nodig verbeterd.
  • Het redden van jezelf. Wat te doen, als je kramp krijgt en nog naar de kant moet komen?
  • Het redden van een ander. Reddingszwemmen (verschillende reddingsgrepen), waar moet je voor uitkijken bij reddingszwemmen, wat kun je wél doen en wat kun je beter niet doen?
  • Wat moet je doen als je in zee niet meer naar het strand kunt komen? Zeestromen en hoe daar als zwemmer mee om te gaan. 
  • Onderwater zwemmen en door een opening durven zwemmen. Belangrijk bv als de auto waarin je zit, te water raakt.  
  • Gedesoriënteerd raken door een val, en je opnieuw oriënteren. Wat te doen als je overboord slaat?
  • Met kleren aan zwemmen. Bij het afzwemmen voor A, B en/of C kregen de kinderen er al mee te maken. Maar hoe voelde het ook alweer: niet in paniek raken en stug volhouden!